Previous Image
Next Image

info heading

info content


 

Over het onderzoekspand

Voorstreek 6 is in de zeventiende eeuw gebouwd door de vermogende rooms-katholieke familie Scheltinga. In 1632 kocht lakenkoopman Goslijk Pieters Scheltinga het pand aan de Leeuwardense Voorstreek en liet er een diep voorhuis bouwen. De verkopende partij had echter een aantal voorwaarden aan de verkoop gesteld, zoals het aanleggen van een steegje links van het voorhuis. De beoogde afmetingen van het steegje werden nauwgezet vastgelegd in de overeenkomst en tegenwoordig is dit steegje nog altijd aanwezig. Via dit steegje kan men het bijzondere achterhuis bereiken. Het achterhuis is in 1655 door de zoon van Goslijk Pieters, Tierck Scheltinga, gebouwd. De vermogende en devote rooms-katholieke Scheltinga’s lieten hier een schuilkerk (een zogenaamde statie) bouwen. Het kerkje in de steeg kreeg een voor die plek opmerkelijk rijke architectuur in renaissance stijl. Bovenop het twee bouwlagen hoge gebouw is een zogenaamde Vlaamse gevel geplaatst (een in Vlaanderen veel gezien type dakkapel). In de Vlaamse gevel zit een venster met daarboven een oeil de boeuf (=koeienoog: een ovaalvormig gat) met daarboven een zorgvuldig gebeeld­houwd hoofd als onderdeel van de toppinakel. Het hoofd heeft een gekwelde gezichtsuitdrukking en is als een zogenaamde mascaron te typeren, een decoratief element dat veelvuldig toegepast werd in de renaissance architectuur. De locatie van het schuilkerkje in een afgelegen steegje is te verklaren vanuit het anti-Roomse klimaat vanaf de Reformatie. In 1580 verbood het Hof van Friesland de rooms-katholieke godsdienst als geheel en moesten de erediensten in het geheim gehouden worden. Later werden de erediensten gedoogd maar de kerkgebouwen mochten nog altijd niet herkenbaar zijn en de ingang mocht niet aan de openbare straat liggen.

In de jaren zeventig van de achttiende eeuw werd de voorgevel gemoderniseerd met een neoclassicistische architectuur. Het pand kreeg grote vensters, de dakvorm werd aangepast en ook het interieur werd gemoderniseerd naar de laatste mode. Na 150 jaar familiebezit door de Scheltinga’s werd het pand in 1782 verkocht en vele verbouwingen volgden. Achter het achterhuis werd nog een pakhuis gebouwd waar in 1911 nog een schoolmagazijn tegenaan werd gebouwd. Vanaf 1960 werd dit magazijn door aankoop bij het pand betrokken. In 1953 vestigde Poort’s muziekhandel zich in het pand. In 1963 en 1977 hebben twee ingrijpende verbouwingen plaatsgevonden ten behoeve van de vergroting van de winkelruimte.

Over het onderzoek

opdrachtgever: particulier

De veelvoorkomende samenklontering van gebouwen in het stedelijke gebied bezorgt de bouwhistoricus altijd een uitdaging. Van buiten zijn de bouwvolumes goed herkenbaar maar door de vele (twintigste-eeuwse) interne verbouwingen zijn de bouwvolumes van binnen slecht van elkaar te onderscheiden. Daarbij belemmeren de latere interieurafwerkingen het zicht op de oorspronkelijke bouwmassa. Ondanks dat, is een nauwgezette reconstructie van de bouwgeschiedenis in dit onderzoek tot stand gebracht. De twee historische zeventiende-eeuwse kappen van het voorhuis en het achterhuis vormden hierbij een goede bron. Door de houten constructie aan een minutieus onderzoek te onderwerpen kon het bouwjaar met grote nauwkeurigheid worden vastgesteld. Hiervoor is de expertise van dendrochronoloog Paul Borghaerts  ingeschakeld. Hij heeft een aantal houtmonsters genomen en kon aan de hand van de spreiding van de jaarringen de kapdatum van het hout vaststellen. Ook de constructie en de latere wijzigingen zijn in kaart gebracht en in het onderzoeksrapport gedocumenteerd. Naast de bouwsubstantie is het archiefmateriaal een andere bruikbare bron bij dit onderzoek gebleken. De archiefstukken leverden in veel gevallen een bevestiging en precisering de bouwfasen. Ook de gebruiksgeschiedenis van het gebouw kon aan de hand van archiefmateriaal geschetst worden.

De combinatie van verschillende onderzoeksmethoden leverden een zeer compleet beeld van de historie van de gebouwen. Dit tot tevredenheid van de opdrachtgever, de architect (Urban Climate Architects) en de afdeling Monumentenzorg & Archeologie van de gemeente Leeuwarden.